naar inhoud
Dit nieuwsbericht is niet actueel.

Antwoorden van Natuurpunt vzw i.k.v. aanvraag windturbinepark

Op woensdag 15 mei was er in het O.C. een infovergadering over de aanvraag tot het oprichten en exploiteren van een windturbinepark met 3 windturbines in de Halvemaanstraat. Tijdens deze infovergadering rezen er enkele vragen gericht aan Natuurpunt vzw. Door hun afwezigheid bleven deze vragen onbeantwoord. Zoals afgesproken tijdens de vergadering publiceren we nu de antwoorden van Natuurpunt vzw.

Momenteel is de Merlebeek een gebied met een duidelijke ecologische meerwaarde. Op welke wijze zal vermeden worden dat het project schade veroorzaakt aan de aanwezige natuurwaarden?

Het gebied aan de Merlebeek is actueel vooral potentieel waardevol. Het betreft  bemeste, soortenarme, natte cultuurgraslanden met enkele knotwilgenrijen, verruigde perceelranden en 2 zeer kleine populierenbosjes ingesloten tussen de E40 en de spoorlijn Brugge-Gent. Na afplaggen of verwijderen van de bouwvoor is het gebied wel kansrijk voor ontwikkeling van orchideeënrijk nat schraalgrasland, een door grondwater gevoed, zeldzaam en bedreigd natuurtype dat op niet zo veel plaatsen in Vlaanderen kan gerealiseerd worden.  In de huidige staat van het gebied kan een zekere verstoring of schade aan de bodem niet veel kwaad. Vooral ook omdat de natuurwaarden vooral botanisch zijn of worden en hierop minder effect van een windmolen te verwachten is. Dit project kan volgens Natuurpunt dan ook getolereerd worden omdat dankzij het windmolenproject het hele gebied nadien optimaal kan worden ingericht voor de ontwikkeling van dit zeldzame natuurtype, dat overigens zoals eerder gesteld, geen invloed zal ondervinden van de aanwezigheid van windmolens. Dankzij het windmolenproject zal ook de lokale hydrologie kunnen worden geoptimaliseerd voor zowel natuur als voor de omringende landbouw. Het is de intentie van Natuurpunt om de natuurpercelen ook te blijven beheren in samenwerking met lokale landbouwers.

 

Het dossier bevat een natuurstudie, volgens W-Kracht bestudeerd door Natuurpunt. Kan Natuurpunt deze Studie echt volledig onderschrijven?

De studie is opgemaakt door de MER-deskundige die W-kracht heeft aangesteld. Natuurpunt kreeg op haar vraag kort de kans om de teksten in te zien en er werden enkele aanvullingen en correcties gesuggereerd. De tekst is een goede weergave van de staat van de kennis met betrekking tot de risicoanalyse voor natuur, hoewel het hoofdstuk vleermuizen naar onze mening eerder minimaal was uitgewerkt. De formele eindverantwoordelijkheid berust uiteraard bij de MER-deskundige.

 

Het dossier vermeldt dat de betreffende omgeving geen ideale biotoop is voor vleermuizen, dat het een vrij arm gebied is voor vleermuizen. De realiteit voor de omwonenden geeft echter een compleet ander beeld. Er is ook een gesubsidieerde vleermuizenbunker, en het gebied waarin de vleermuizen foerageren is vrij groot. Hier lijkt sprake van een tegenstrijdigheid?

We begrijpen dat er een bezorgdheid is wat vleermuizen betreft, die we uiteraard delen. Bij de risicoanalyse van windmolens voor vleermuizen moet de aandacht gaan naar volgende aspecten:

  • In eerste instantie zijn het de lokale boombewonende soorten die kwetsbaar zijn, omdat zij in het bos en de nabije omgeving boomholtes opzoeken als verblijfplaats. Daarbij kunnen vleermuizen de masten van windmolens in of vlakbij bossen verkeerdelijk aanzien als dikke bomen met mogelijke holtes. De windmolens fungeren hier als een potentiële 'ecologische val': wanneer ze langs de mast op zoek gaan naar holtes, kunnen slachtoffers vallen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat dit relevant is in bosgebied (in het bos zelf dus) en tot op minder dan 200 meter afstand van bossen, en meer specifiek in bossen en boscomplexen waar kolonies van boombewonende soorten voorkomen. Door de afwezigheid van dergelijke (oude) bossen met kraamkolonies op minder dan 200 meter van de voorziene inplanting kan dit risico dus als niet betekenisvol ingeschat worden, mits stillegoptie (zie verder).
  • Er komen uiteraard verschillende soorten vleermuizen voor in het gebied en de ruimere omgeving, maar voor de effecten op de plaatselijke populatie en op vleermuizen op doortrek kan efficiënt gemitigeerd worden door het voorzien van een automatische stillegoptie (zie verder).
  • Verder hebben windmolens ook een impact tijdens de vleermuizentrek of tijdens andere seizoenale vliegbewegingen op grotere hoogte, waarbij vleermuizen vaak hun sonar uitschakelen. Deze vliegbewegingen op grotere hoogte zijn specifiek voor een aantal soorten (maar niet de soorten die in de genoemde bunkers overwinteren) en doen zich voor bij bepaalde klimatologische omstandigheden en in bepaalde perioden van het jaar. Er kan efficiënt voor gemitigeerd worden met speciale software die de molens op die specifieke momenten en in die specifieke periodes stillegt. Natuurpunt heeft bij de windmolenmakelaar er op aangedrongen en zal dat blijven doen dat een stilleggingsmodule volgens de wetenschappelijk onderbouwde criteria van het INBO (Everaert 2015) op de molens voorzien wordt. Dit wordt, mede op aangeven van het Agentschap voor Natuur en Bos, tegenwoordig meer en meer een standaardmaatregel.
  • De bunkers die door Natuurpunt beheerd worden langs het verderop gelegen kanaal Gent-Brugge doen hoofdzakelijk dienst als winterverblijfplaats voor vleermuizen. Er stelt zich hier geen direct risico met betrekking tot de windmolens (afstandseffect). Het lage of matige risico tijdens de trek kan voor deze soorten eveneens gemitigeerd worden door de genoemde automatische stillegmodus.

 

Waarom werden in het verleden bezwaarschriften ingediend door Natuurpunt bij andere windmolendossiers op het grondgebied van Beernem en kiest Natuurpunt nu wél de kant van een windmolenproject?

De windmolens van 2009-2010 zijn technologisch niet te vergelijken met deze van nu en ook het beleidskader en de urgentie voor meer hernieuwbare energie is gewijzigd. In 2011 zijn de strengere Vlarem-normen rond slagschaduw en geluid gekomen. In 2014 de Vlaamse omzendbrief met duidelijke richtlijnen. Er is het afwegingskader voor natuur in de Risico-atlas Natuur Windmolens. Het project nabij De Vaanders voldeed ons inziens niet aan de richtlijnen voor wat betreft de voor vleermuizen veilige minimumafstand tot bos zoals hierboven beschreven. Het nu voorliggende project voldoet volgens de studies van W-kracht aan al de door de overheid opgelegde voorwaarden en is daarom ook ontvankelijk verklaard. Pas in 2011 is Natuurpunt eigenaar geworden van percelen in het gebied, waardoor we nu zelf beter in staat zijn om lokale risico's op aantasting te controleren.

Natuurpunt kreeg in het verleden vaak het verwijt van altijd tegen windmolens te zijn. Met dit project wil Natuurpunt aantonen dat een windmolenproject kan, mits burgers de gelegenheid krijgen om in de exploitatiewinsten te delen, de natuurschade zeker met de mitigerende maatregelen minimaal is en de natuurkwaliteit in de omgeving verhoogt. Met de middelen die het opstalrecht genereert, kunnen in de toekomst namelijk tientallen hectare natuur en bos gecreëerd, ingericht en opengesteld worden in de regio rond het projectgebied. Deze bijkomende natuur is niet alleen een meerwaarde voor de lokale samenleving en de toeristische ontwikkeling van de streek, maar zal ook meehelpen om de klimaatuitdaging het hoofd te bieden door lokale C02-opslag, temperatuurregulatie, waterretentie, waterinfiltratie en het vermijden van wateroverlast. In dit opzicht is het project een primeur in Vlaanderen.

Afdeling Oostkamp beheert de Vallei van de Zuidleie, waarvan de Merlebeek een deelgebied is. Bij de aankoop van de percelen langs de Merlebeek is met afdeling Beernem de afspraak gemaakt dat Oostkamp hier de verantwoordelijkheid neemt voor het beheer en de aankopen. Dat betekent de lasten en de lusten. Afdeling Oostkamp heeft zich hier achter het projectvoorstel van W-kracht kunnen scharen mits de voorwaarden die er onderhandeld werden. Het hoofdkantoor checkt of dit conform de visie in het gebied is en keurt het al dan niet goed. Dat is in dit geval meerdere keren gebeurd op onze nationale Raad van Bestuur.

 

Via de website van Natuurpunt worden dotaties gevraagd voor de verschillende reservaten, zo ook voor de Merlebeek. De gronden werden aangekocht met middelen van de overheid. Nu wordt in ditzelfde gebied een windturbineproject opgestart waar Natuurpunt opnieuw financieel voordeel zal uit halen. Hoe is dit te verantwoorden?

Omdat de percelen in agrarisch gebied liggen, moet 83% van de aankoopkosten gedragen worden door de afdeling die verantwoordelijk is voor het project (i.c. Afdeling Oostkamp). De vrijwilligers van die afdeling doen hiervoor beroep op donateurs en organiseren allerlei activiteiten om inkomsten te genereren. Dit is een hele uitdaging, vooral in plattelandsgemeenten. Ook samenwerking met provincies, gemeenten en de bedrijfswereld is een mogelijkheid om aan middelen te geraken.

Daarnaast kosten ook inrichting, openstelling en beheer veel geld en het gebied is (nog) niet erkend als natuurgebied en kan hierdoor dus ook geen enkele aanspraak maken op subsidie. Wanneer het windmolenproject vergund zou worden, zal Natuurpunt - zoals gebruikelijk in dit soort situaties - de verkregen overheidssubsidie voor de 2 percelen met opstalrecht terugbetalen en ook een eventuele erkenning van deze percelen laten intrekken. Uiteraard kan een dubbele financiering niet. Dat bewaken we steeds.

 

Het projectgebied is een zeer waardevol gebied. Er lijkt gemanipuleerd te zijn om te laten uitschijnen dat het gebied minder waardevol is. Dat is bijzonder spijtig tegenover de inspanningen van de lokale afdelingen. Met name de afdeling Beernem krijgt momenteel door dit windenergieproject de wind van voren. Graag enige verantwoording vanuit Natuurpunt vzw.

Er is nuance nodig.  Potentieel kan het gebied (dit is na afplaggen, verwijderen van de voedselrijke bouwvoor en hydrologisch herstel én mits zorgvuldig beheer) inderdaad ontwikkelen tot een zeer waardevol gebied. Op de biologische waarderingskaart versie 2018 staat het gebied gekarteerd als soortenarm cultuurgrasland (code 'Hp') met waardevolle landschapselementen zoals knotwilgen en verruigde grachten. Enkel de 2 kleine bosjes krijgen een biologisch zeer waardevolle waardering. Het projectgebied een ecologisch "zeer waardevol" gebied noemen is actueel nog eerder een overstatement, maar dus wel realistisch als we de noodzakelijke inrichtingswerken kunnen laten plaatsvinden, gevolgd door een gepast beheer. De financiering door middel van de windmolens zullen dit vergemakkelijken.  Het is afdeling Oostkamp die de verantwoordelijkheid draagt voor aankopen en beheer van het gebied, zoals met afdeling Beernem bij de aankoop in onderling overleg overeengekomen.

Tot slot willen we nog duidelijk stellen dat dit een project is zoals een ander. Daarmee bedoelen we dat de normale procedure van een openbaar onderzoek wordt doorlopen waarbij iedereen de kans moet krijgen om zijn appreciatie of bezwaar om welke reden dan ook te uiten. Eventueel ook afdeling Beernem, gelet op onze principes van interne democratie. Het is dan aan de bevoegde overheid om met de info die ze heeft en de reacties die op het voorstel binnen kwamen de afweging te maken of ze deze zal vergunnen of niet. Wij vertrouwen er op dat de overheid een doordachte beslissing zullen nemen.

 

We ontvingen via een schrijven van de voorzitter van Natuurpunt vzw de visie van Natuurpunt vzw omtrent het project. Het antwoord is hieronder geciteerd.

Visie Natuurpunt vzw

"Het voorstel tot toestaan van een opstalrecht voor windmolens op onze terreinen in het kader van het door u aangehaalde project in de Merlebeek werd inderdaad aan onze Raad van Bestuur voorgelegd. 

Natuurpunt heeft een visie op het plaatsen van windmolens ontwikkeld. Kort samengevat: Natuurpunt is zeker niet principieel tegen windmolens, maar wenst dat deze planmatig aangelegd worden, met minimale impact op mens en omgeving. Liefst ook door een versterking van de natuur- en landschapswaarden in de omgeving te realiseren, dankzij de budgetten die voortvloeien uit door de exploitant vergoede rechten en met een goed participatietraject waardoor de buurt betrokken en geïnformeerd is, mogelijks zelfs participeert.

Dit specifieke dossier werd in de Raad goedgekeurd: we hebben gesteld dat de potentiële winst voor de natuur hier sterker doorweegt dan de aanvaardbare impact. 

Met deze goedkeuring doen we echter geen uitspraken over de opportuniteit van de windmolens op die plaatsen. We vertrouwen sterk op de procedure die loopt in het kader van een project met mogelijk zo’n grote impact. We vinden het dan ook belangrijk dat een openbare consultatie de kans biedt bedenkingen en bezwaren te uiten. Daarnaast zijn we overtuigd dat de administraties met hun adviezen toelaten dat de overheid de juiste afweging kan maken.  

We begrijpen dat een windmolen plaatsen steeds een zekere impact zal hebben. Het is aan het openbaar proces en de overheid om hierin de verstandige keuze te maken."

op dinsdag 11 juni 2019
Nieuwsoverzicht