Functiebeschrijving Systeembeheerder

 

 

I. Niveau + statuut van de functie

Niveau: B1-B3 – statutair

 

II. Verantwoordelijkheidsgebieden van de functie

 

Verantwoordelijkheid: Systeembeheer

Verantwoordelijkheid: Kantoorautomatisering

 

 

III. Afzonderlijke en specifieke deeltaken

 

Verantwoordelijkheid: Systeembeheer

Taken:

-    bijstaan van de gebruikers bij diverse problemen ivm netwerk, bestanden, PC’s en software;

-    adviseren over informaticastructuur, aankoop van hard- en software, uitbouw netwerk

     -    contacten onderhouden met software – firma’s

    computergegevens opslaan op streamers;

 

Verantwoordelijkheid: Kantoorautomatisering

Taken:

-    opvolgen en ondersteuning van alle aspecten van kantoorautomatisering (telefonie, kopieertoestellen, faxapparaten,…)

 

 

IV. Plaats in het organogram en de regels voor relaties met andere plaatsen in het organogram

De systeembeheerder staat onder de leiding van de communicatieambtenaar.

 

V. Functies die de ambtenaar kan overnemen

Deze persoon kan eventueel en in noodgevallen inspringen in alle gelijkaardige diensten waar een bijkomende kracht noodzakelijk is.

 

VI. Profiel

 

Vaardigheden:

    administratieve vaardigheden: kunnen rapporteren, samenvatten, beleidsnota's maken;

-    geduldig en behulpzaam naar de collega’s toe;

-    zéér vlot met P.C. en de gebruikelijke software kunnen werken;

   kunnen plannen en organiseren van het eigen werk;

-    kunnen werken met een strakke timing;

-    beschikken over een beoordelingsvermogen en problemen kunnen aanpakken, analyseren, bespreken en oplossen;

-    goede communicatieve vaardigheden en vaardigheid om nieuwe softwaretoepassingen aan te leren aan collega’s;

   in teamverband kunnen werken.

 

 

 

 

Kennis:

-    grondige kennis van hardware en software

-    basiskennis gemeentedecreet

    kennis van de functie en de werking van de gemeentelijke diensten;

-    voldoende wiskundige kennis;

 

Attitude:

    verantwoordelijkheidszin;

-    initiatief nemen;

-    onderzoekende ingesteldheid bij probleemstelling;

-    discretie en loyaliteit t.o.v. bestuur, collega's en publiek;

-    zin voor orde, netheid en nauwkeurigheid;

-    stipt zijn;

-    flexibiliteit;

   bereid zijn tot het volgen van vorming en opleidingen.