Vergadering van 29 juni 1998
Aanwezig zijn W.Van Parijs, Burgemeester-Voorzitter;
A.Vande Velde, A.Van Belleghem, J.De Rycke, schepenen;
M.Van Hoecke, A.Van De Walle, H.Vanlerberghe, R.David, H.Vanthournout, J.Debaene,
H.Vandevyver, M.De Roo, H.Simoens, M.Verstrynge, A.Neyt, J.Timmerman en L.Reynaert,
raadsleden;
R.Focquaert, gemeentesecretaris.
Vaststelling gemeentelijk subsidiereglement voor Kleine Landschapselelmenten
:
De Raad,
- Overwegende dat het belangrijk is de lokale bevolking te stimuleren tot aanleg
en onderhoud van kleine landschapselementen;
- Overwegende dat dergelijke stimulans door de Gemeentelijke Adviesraad voor
Milieu en Natuur volledig onderschreven wordt;
- Gelet op het bestaan van de gemeentelijke bouwverordening dd. 7.7.1980 betreffende
het vellen van hoogstammige bomen;
- Gelet op het gemeentelijk subsidiereglement ter bevordering van het aanplanten
van streekeigen groen (Proclamactie);
- Gelet op de bestaande wetgeving i.v.m. het wegbermbeheer en het beheer van
kleine landschapselementen;
- Overwegende dat de gemeente Beernem een extra inspanning wil leveren om de
eigenheid van het landelijk gebied te bewaren;
- Gelet op art.117 van de Gemeentewet;
- Gelet op het voorstel van het College van Burgemeester en Schepenen;
B e s l i s t : éénparig :
Art.1.- Binnen de perken van de in de begroting daartoe goedgekeurde kredieten
worden volgende toelagen toegekend voor het aanplanten en onderhouden van kleine
landschapselementen.
Art.2.- Onder kleine landschapselementen die in dit reglement voor betoelaging
in aanmerking komen, worden begrepen:
Art.3.- De betoelaagbare elementen liggen in het landelijk gebied van de gemeente
Beernem. Onder landelijk gebied worden de volgende zones van het Gewestplan
begrepen : Agrarisch gebied, natuurgebied.
Art.4.- De toelagen voor hagen, heggen, houtkanten en bomenrijen geldt voor
streekeigen boom- en struikplanten. De gegevens hiervoor staan vermeld op lijst
in bijlage.
Art.5.- De werken gebeuren in de best mogelijke omstandigheden, het planten,
aanleggen en onderhouden geschiedt volgens de regels van de kunst.
Art.6.- Komen niet in aanmerking voor de toelagen :
Art.7.- De toelage kan geweigerd worden wanneer het voorgestelde werk om natuur-
of landschapsredenen of
gezien de aard van de staat van het object door het College ongewenst geacht
wordt.
Art.8.- De toelage wordt als volgt bepaald :
Toelagen voor aanplanting en onderhoud worden beperkt tot 7.500,-fr. per perceel,
per jaar en 10.000,-fr. per aanvrager, per jaar.
Algemene bepalingen :
Art.9. Aanvragen om in aanmerking te genomen te worden voor deze toelage moeten gericht worden aan het College van Burgemeester en Schepenen, Bloemendalestraat 112 te 8730 Beernem op het daartoe opgemaakte aanvraagformulier.
Art.10. In het voorgedrukte aanvraagformulier moeten volgende gegevens opgenomen worden
voor houtkanten, hagen, heggen, knotbomen en bomenrijen :
voor wegbermen :
Art.11. De aanvrager dient gerechtigd te zijn tot het verrichten van de gevraagde aanleg- en onderhoudswerken. Bij betwistingen van eigendomsrechten en pachtovereenkomsten houdt het College zich het recht voor de aanvraag te weigeren.
Art.12. De aanvraag dient in overeenstemming te zijn met de reeds geldende reglementering en gebruiken. Zeker met voorgeschreven afstand der beplantingen dient rekening gehouden te worden.
Art.13. De aanvraag voor het onderhoud van wegbermen dient te gebeuren voor 1 mei.
Art.14. De voorgenomen aanplantingen moeten gebeuren in principe voor 30 maart. Enkel bij uitzonderlijke weersomstandigheden kan hiervan afgeweken worden.
Art.15. De betoelaging hangt af van de effectieve uitvoering van het maaien
en oprapen van het maaisel zoals voorgeschreven. De wegbermen mogen niet bemest
worden.
De door het College opgegeven datum van het maaien en oprapen dient gerespecteerd
te worden.
Art.16. Het College van Burgemeester en Schepenen beslist omtrent de toekenning van de toelage en het bedrag ervan.
Art.17. Het College heeft het recht bijkomende voorwaarden op te leggen omtrent de soortensamenstelling en/of uitvoering van de geplande aanleg en werken. De beslissing van het College wordt aan de aanvrager meegedeeld.
Art.18. Als de aangevraagde werken uitgevoerd zijn, dient de aanvrager het College te verwittigen. Na vaststelling door de gemeentelijke diensten zal deze conform de Collegebeslissing gebeurd zijn, zal tot uitbetaling overgegaan worden. Is de uitvoering gebrekkig, onvolledig of afwijkend van het goedgekeurde aanvraagdossier, dan kan de voorgestelde toelage bij Collegebeslissing worden verminderd, uitgesteld of geweigerd.
Art.19. De aanvrager dient de nodige maatregelen te nemen om het landschapselement waarvoor toelage verkregen werd, in stand te houden. Na het eerste plantseizoen dienen de dode en slecht gevormde exemplaren vervangen te worden. Indien nodig moet bescherming aangebracht worden tegen vraat vanwege vee of wild.
Art.20. De toelage kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer blijkt dat delen van de beplanting door duidelijk gebrek aan verzorging niet tot groei komen.
Art.21. De toelage voor het knotten van bomen en voor het onderhouden van hagen, heggen of houtkanten, zal worden uitbetaald bij hergroei van het landschapselement.
Art.22. Dit subsidiereglement is enkel van toepassing voor projecten op het grondgebied van de gemeente Beernem. Projecten die reeds door een andere overheid worden betoelaagd, komen niet in aanmerking.
Art.23. Dit reglement treedt in werking op datum van goedkeuring door de Gemeenteraad behalve voor het onderhoud van wegbermen.
Art.24. De betoelaging voor het onderhoud van wegbermen treedt in werking vanaf 1999.